Vraag

Erfbelasting bij tweetrapstestament

  • 21 november 2016
  • 1 reactie
  • 457 Bekeken

Bij de berekening van de erfbelasting na overlijden van de eerste ouder worden de kinderen voor een lager bedrag belast omdat ze nog niet over hun erfdeel kunnen beschikken zolang de tweede ouder nog leeft. Hun erfdelen zullen volgens de Successiewet 52% waard zijn, terwijl de resterende waarde van 48% wordt toegerekend tot het erfdeel van de langstlevende ouder. Omdat de langstlevende een veel hogere vrijstelling heeft dan de kinderen wordt deze toerekening bij een bescheiden vermogen afgedekt door deze vrijstelling.
Klopt deze veronderstelling of gelden er beperkende bepalingen voor het toepassen van deze constructie?

1 Reactie

Beste Theo en Ineke,

Deze veronderstelling klopt als sprake is van een wettelijke verdeling (volgens de wet of in een langstlevende testament). De percentages die je benoemd veranderen wel naarmate de leeftijd van de langstlevende hoger wordt. Het gaat dan om de leeftijd van de langstlevende op het moment van overlijden van de eerste. Het voorbeeld dat je nu schets houdt in de dat langstlevende tussen de 65 en 70 jaar oud is. Maar is de langstlevende tussen de 80 en 85 jaar mag het erfdeel van de kinderen afgewaardeerd worden met nog maar 24% (dus is het erfdeel van de kinderen 76% waard voor de Belastingdienst).
Voor deze constructie gelden geen beperkende bepalingen.

Reageer